Een spiegel is meer dan een stukje glas aan de zijkant van je auto. Het is je tweede paar ogen.
Toch laten veel bestuurders het instellen van hun spiegels links liggen. Ze doen het even snel bij het starten van de auto, of vergeten het helemaal. Maar wist je dat een goede spiegelinstelling de kans op dode hoek-ongelukken flink verkleint?
In dit artikel lees je precies hoe je je linker-, rechter- en binnenspiegel veilig en optimaal afstelt.
Zonder ingewikkelde theorie, maar met praktische tips die je direct kunt toepassen.
Waarom spiegels instellen echt belangrijk is
Veel mensen denken dat spiegels instellen iets is voor de rijschool of voor perfectionisten. Maar het is pure basisveiligheid.
Een verkeerd afgestelde spiegel zorgt voor dode hoeken. Die dode hoeken kunnen verkeersdeelnemers verbergen die je over het hoofd ziet bij het wisselen van rijbaan of het invoegen op de snelweg.
Een correcte instelling zorgt ervoor dat je de weg en het verkeer rondom je auto zo breed mogelijk ziet, zonder dat je je hoofd onnodig hoeft te draaien. Bovendien is het een klusje van maar een paar minuten. Een investering die je elke rit weer terugverdient in comfort en veiligheid.
De basis: zit eerst goed
Voordat je ook maar aan een hendel of knop komt, moet je eigen zitpositie kloppen. Als je stoel te ver naar voren, te ver naar achteren of scheef staat, verandert je kijkhoek.
En daarmee ook de ideale spiegelstand. Zorg dat je ontspannen achter het stuur zit.
Je rug moet tegen de leuning zitten, je armen licht gebogen als je het stuur vasthoudt en je benen kunnen de pedalen makkelijk bereiken zonder je heupen te verplaatsen. Pas als je zitpositie vaststaat, ga je de spiegels afstellen.
De binnenspiegel: je hoofdvenster naar achteren
De binnenspiegel is je belangrijkste spiegel voor het verkeer achter je. Je moet hierdoor in één oogopslag zien wat er achter de auto gebeurt.
Hoe stel je de binnenspiegel in?
De binnenspiegel is eenvoudig: je kunt hem met je hand makkelijk verstellen.
Ga zitten in je normale rijhouding en kijk recht vooruit. Beweeg de spiegel nu zodat je de volledige achterruit in één oogopslag ziet. De horizon moet ongeveer in het midden van de spiegel lopen.
Een veelgemaakte fout is dat mensen de spiegel te laag instellen, zodat ze alleen de achterklep of de bumper zien. Je moet juist de horizon en het verkeer achter je zien.
Nachtmodus en dimmen
Denk aan de auto’s die je naderen, niet aan je eigen kentekenplaat. Veel moderne auto’s hebben een automatische dimfunctie in de binnenspiegel. Dit heet welkomstlicht of automatisch dimmen. Als ’s avonds een auto achter je met groot licht rijdt, dimt de spiegel automatisch zodat je niet verblind wordt.
Handmatige spiegels hebben vaak een schuifje achter de spiegel. Gebruik dit schuifje in het donker om verblinding tegen te gaan.
De rechterspiegel: de dode hoek rechts
De rechterspiegel is vaak de spiegel die je het minst gebruikt, maar hij is cruciaal voor het verkeer dat je van rechts nadert of inhaalt.
De juiste hoek bepalen
Veel mensen stellen de rechterspiegel te ver naar binnen in. Ze willen graag hun eigen auto zien. Maar eigenlijk hoef je maar een héél klein stukje van je eigen zijkant te zien. Als je je eigen auto te groot in de spiegel ziet, ontstaat er een grotere dode hoek.
Een handige truc om de rechterspiegel goed af te stellen: Nu heb je de spiegel zo ver naar buiten staan dat je de dode hoek rechts minimaliseert.
- Leun iets naar rechts, richting het raam.
- Wrijf de spiegel zo ver mogelijk naar buiten (naar de zijkant van de auto) totdat je de zijkant van je auto net niet meer ziet.
- Terugleunen naar je normale zitpositie.
Je ziet nu meer van de weg naast je en minder van je eigen auto.
Dit voelt in het begin misschien onwennig, maar het is vele malen veiliger.
De linkerspiegel: de dode hoek links
De linkerspiegel lijkt qua functie op de rechterspiegel, maar heeft een extra uitdaging: de achterruit.
De linkerspiegel afstellen
De binnenspiegel en de linkerspiegel overlappen elkaar vaak. Het is belangrijk dat je een naadloos beeld krijgt van wat er links en achter je gebeurt. Net als bij de rechterspiegel wil je de dode hoek links zo klein mogelijk maken.
Je hoeft je eigen auto niet volledig in de spiegel te zien. Een te ver naar binnen gerichte spiegel beperkt je zicht op het verkeer dat je nadert vanaf de linkerzijde.
- Leun iets naar het midden van de auto (naar rechts).
- Beweeg de spiegel naar buiten totdat je de zijkant van de auto net kwijt raakt.
- Zit weer rechtop.
De methode is vergelijkbaar met de rechterkant: Je moet in de linkerspiegel nu vooral de weg naast je en de auto’s achter je zien.
De overlap check
De horizon moet ongeveer in de bovenste derde van de spiegel staan. Als je achteruit kijkt via de binnenspiegel en dan naar links via de linkerspiegel, moet het beeld vloeiend overlopen. Er mag geen groot zwart gat zitten tussen wat je in de binnenspiegel ziet en wat je in de linkerspiegel ziet. Als je dit goed instelt, heb je een bijna panoramisch zicht naar achteren en links.
Veelvoorkomende fouten bij spiegels instellen
Zelfs ervaren bestuurders maken deze fouten vaak. Let er even op bij je volgende rit.
Fout 1: Te veel eigen auto zien
Veel mensen vinden het fijn om een deel van hun eigen auto in de spiegel te zien. Ze denken daardoor beter te kunnen inschatten hoe ver ze van de weg afzitten. Maar voor het overzicht van het verkeer achter en naast je is dit nadelig. Je kijkt naar je eigen auto in plaats van naar het verkeer.
Fout 2: De spiegels niet bijstellen na veranderingen
Probeer je eigen auto maar voor 5 tot 10 procent in beeld te hebben. Heb je nieuwe kleding aan, een zware jas of een andere stoelhoek?
Dan verandert je kijkhoek. Ook als je een aanhanger of fietsendrager op de trekhaak monteert, beperkt dit je zicht.
Fout 3: Stilstaand bijstellen op de verkeerde plek
Je moet je spiegels dan opnieuw afstellen om de dode hoeken te compenseren. Je spiegels instellen terwijl je in een file staat of op een drukke parkeerplaats staat, is niet ideaal. Je bent dan afgeleid door het verkeer om je heen.
Zoek een rustige, rechte weg of een lege parkeerplaats om de spiegels perfect af te stellen. Dit kan het beste bij daglicht, zodat je contrast en schaduwen goed ziet.
Handige technieken en trucs
Er bestaat een techniek die sommige rijinstructeurs gebruiken, soms de "Europese methode" of "geen dode hoek methode" genoemd. Dit houdt in dat je de spiegels verder naar buiten zet dan de meeste mensen gewend zijn. Je gebruikt je binnenspiegel voor het verkeer achter je en de zijkantspiegels voor het verkeer naast je.
Je hoeft je hoofd niet te draaien om te zien of er iemand naast je rijdt; een kleine blik naar de zijkantspiegel volstaat.
Hoewel sommige auto’s (zoals luxe modellen van BMW of Mercedes) camera’s hebben die de dode hoek tonen, blijft het menselijk oog de beste sensor. Een correct afgestelde spiegel geeft je meer informatie dan een waarschuwingslampje op je dashboard.
Specifieke situaties
Parkeren
Bij het oefenen van diverse parkeermanoeuvres, vooral bij fileparkeren, zijn de spiegels essentieel. Voor de binnenspiegel kijk je naar de auto achter je.
Snelweg rijden
Voor de zijkantspiegels kijk je naar de stoepranden of de auto’s naast je. Door de spiegels ver naar buiten te zetten (zoals hierboven beschreven), kun je beter zien hoe ver je auto nog verwijderd is van het object naast je.
Op de snelweg is je binnenspiegel het belangrijkst voor de auto’s die je inhalen. De zijkantspiegels zijn belangrijk voor het invoegen en wisselen van rijbaan. Door je spiegels ver naar buiten te zetten, heb je minder hoofdbewegingen nodig om te kijken of er ruimte is om op te schuiven. Dit verhoogt de stabiliteit van je auto omdat je minder met je lichaam beweegt.
Conclusie: een kleine moeite, groot effect
Spiegels goed instellen kost je misschien vijf minuten tijd bij het starten van je rit of bij het wisselen van bestuurder. Maar het effect op je rijveiligheid is groot. Je ziet meer, je bent minder verrast door andere verkeersdeelnemers en je leert tijdens je eerste rijles soepeler manoeuvreren.
De volgende keer dat je in je auto stapt, voordat je de motor start, even de spiegels checken.
Zet ze ver genoeg naar buiten, zorg dat je eigen auto maar een kleine strook vult en kijk of het beeld van de binnenspiegel en de zijkantspiegels naadloos overloopt. Veilig rijden begint met goed kijken, en goede spiegels helpen je daarbij.